Geschiedenis

De kegelsport zou reeds bestaan van voor 3200 vC.  Een verzameling voorwerpen, gevonden in de jaren '30, zou wijzen naar een soort kegelspel dat in Egypte werd gespeeld. Op een baan van gestampte klei werd er gerold met een steen, later met een kogel en een bal.

Bij de Germanen werd er eveneens reeds gekegeld, dit met een steen naar 3, 7 of liefst 9 voorwerpen. 9 was het heilig getal bij de Germanen en er werd ook gekegeld bij de Wodanfeesten (Wodan was de god van oorlog en donder). Als het donderde werd er gezegd : zij zijn hierboven aan het kegelen.

In Duitsland werden sporen van het kegelen gevonden van rond 300 vC.  In 1157 werd het kegelen voor het eerst genoemd in de kronieken van de stad Rothenburgh.

In 1254 werd de kegelsport door Lodewijk IX verboden wegens een te gevaarlijk 'hazardspel'.

De eerste bezitters van een eigen kegelspel waren de kerkgenootschappen. In de kloosters stelde een kegel het kwade voor en moest daarom omgeworpen worden. In de steden en op het platteland werd er gekegeld tijdens de volksfeesten en het volksvermaak, door het volk, maar ook door de geestelijken en de adel. 

In 1265 werd de eerste kegelgilde opgericht in de stad Xanten door de inwoners en de monniken van het St.Victors klooster, de eerste kegelclub heette "Fratres Kegelorum".  De patroonheilige van de kegelsport zou de heilige Jeronimus (Jerom) zijn.

Vanaf 1335 tot 1468 werd het kegelen in Duitsland verboden en in 1337 werd in Engeland zelfs de doodstraf uitgesproken voor mensen die kegelden.

In Engeland werd er rond 1366 gekegeld onder koning Edward III en later werd het heel populair onder koning Hendrik VIII.

Op 05/10/1447 werd een algemeen verbod op kegelen ingevoerd in Mechelen, en dit tussen Walem en Nekkerspoel.

Op 22/12/1447 kwam dan het algemeen verbod op kegelbanen. 

Tijdens de reformatie in 1529 werd er in Bazel op zon- en feestdagen niet gekegeld, ook niet tijdens kerkdiensten en voor 13 uur. Er werd wel voor veel geld gespeeld.

In de 17de eeuw werd het kegelen in Engeland Ninepin Alley of Skittle Alley genoemd. In Nederland waren er verschillende schilders, waaronder David Teniers, Pieter De Hoock en Jan Steen, die het kegelen op schilderij zetten. De Nederlandse koning Willem II liet een kegelbaan op 'Het Loo' aanleggen.

De eerste geschreven 13 spelregels voor het kegelen werden in 1786 in het lexicon van de Berlijnse arts en geleerde J.G. Krünitz gepubliceerd. Van deze spelregels zijn er nog twee die momenteel nog geldig zijn : het overschrijden van de startlijn is verboden - de kogel moet voor een bepaalde lijn opgezet worden.

In het begin van de 19de eeuw werden de eerste kegelclubs gevormd en dit met het doel om de behoeftigen te steunen, iets wat spoedig veranderde naar sport gerichte doelstellingen.  Door de vele volksverhuizingen verspreidde ook de kegelsport zich over de hele wereld en werd 'Gorodka' in Rusland beoefend, 'Boccia' in Italië, 'Curling' in Schotland en 'Quilles' in Frankrijk. Door de Duitse migranten werd de kegelsport in Amerika ingebracht, iets wat na de drooglegging met een kegel meer Bowling werd.  In Duits Oost Afrika werd de kegelsport ook beoefend en zijn er nog steeds kegellokalen aanwezig. Na WO II werd ook in Brazilië, Argentinië en Uruguay de kegelsport door uitgeweken Duitsers ingevoerd.  

Vanaf 1826 werden de eerste kegelclubs opgericht in Duitsland.

De eerste nationale kegelbond werd in Duitsland in 1885 opgericht, de FIQ volgde in 1952.

Op 30/3/1890 werd de Algemene Nederlandse Kegelbond opgericht, die in 1895 50 clubs telde, doch in 1900 ontbonden werd. Er bleven wel stedelijke en gewestelijke bonden bestaan, totdat op 20/06/1909 de Nederlandsche Kegelbond werd opgericht, waarvan de statuten op 16/09/1911 werden goedgekeurd.  

In 1900 werd het eerste tornooi in de USA georganiseerd.

De Vlaams Kegelsportfederatie werd op 9 december 1909 te Antwerpen opgericht als Fédération Belge des Sociétés de Jeux de Quilles. In 1933 werd de naam gewijzigd in Antwerpse Kegelbond en in 1977 in Vlaamse Kegelsportfederatie.

In 1917 werd in Brussel de "Union Belge des Joueurs de Quilles" opgericht, een Belgische kegelbond, die bestond uit de federaties van Brussel en Mechelen. Er waren toen reeds 400 leden aangesloten.

In 1923 werd de Bandoengsche Kegelbond (Ned. Oost Indië) opgericht.

Bij het open Amerikaans kampioenschap in 1929 waren 30.987 deelnemers aanwezig. In 1934 werd het eerste wereldkampioenschap voor landenteams georganiseerd in de VS met USA-Detroit als overwinnaar. 

In 1934 telde men in Nederland niet minder dan 500 kegelclubs.  De oudste club was KC Groningen, gesticht in 1849. De oudste club van Tilburgh (°1809) was niet aangesloten. Er werd eveeens gekegeld in Zuid Oost Afrika en op 65 kegelbanen in de Elzas. 

In 1935 vierde de Duitse Kegelbond zijn 50-jarig bestaan en werd op 30 juni de Hongaarse Kegelbond opgericht.

Op één der schepen van rederij Herbosch werd een aangelegde kegelbaan geïnstalleerd.

In 1937 werd de "Union Belge des Quilleurs - Belgische Kegelbond - Belgischer Keglerverband" opgericht. De huidige nog steeds bestaande FRBQ - KBKB - KBKV.

De VDK (vroeger Ost-Belgischer Keglerverband) werd iets later opgericht na samenvoeging van Eupen en Welkenraedt en sloot mee aan bij de KBKB. Ook Eifeler Keglerverband werd lid.

Nog iets later werden de Fédération de Hainaut (intussen niet meer bestaande) en de Fédération Luxembourgeoise de Joueurs de Quilles eveneens lid. 

De eerste wereldkampioenschappen werden in Essen (Duitsland) ingericht in 1955.

In 1972 werden de eerste kunststofbanen in gebruik genomen.

Momenteel zijn volgende landen nog aanwezig bij internationale tornooien of kampioenschappen : Nederland, België (met VKF, VDK en FWQ), Duitsland, Luxemburg, Frankrijk, Italië, Brazilië en enkele leden uit Oostenrijk, Griekenland, Turkije, Marokko, Uruguay, Spanje.

Kegelbeelden uit lang vervlogen tijden.

x

1500

1600

1623

x

 

x

 

x

 

x

 

x

 

x

 

x

 

x

 

x

 

x

 

x